VISIE OP MOBILITEIT

‘Technologie in de auto gaat ons helpen om de verkeersveiligheid te vergroten’


De toekomst van ons mobiliteitsnetwerk begint bij datatechnologie en het verzamelen en distribueren van data. Bij de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) doen ze niet anders. Chris de Vries, directeur van NDW, deelt zijn visie op de toekomst van onze infrastructuur. En nog belangrijker: hij legt uit hoe we zelf het beste kunnen sturen.

De toekomst van ons mobiliteitsnetwerk begint bij datatechnologie en het verzamelen en distribueren van data. Bij de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) doen ze niet anders. Chris de Vries, directeur van NDW, deelt zijn visie op de toekomst van onze infrastructuur. En nog belangrijker: hij legt uit hoe we zelf het beste kunnen sturen.

678 mensen kwamen in 2018 om het leven bij een verkeersongeval, vermeldt Rijkswaterstaat in haar ‘Schets Mobiliteit naar 2040’. Ook het aantal ernstig gewonden nam toe, blijkt uit de cijfers. De ambitie is om die cijfers op nul te krijgen. Hoewel hij over cijfers geen uitspraken doet, is Chris de Vries er zeker van dat onze veiligheid in het verkeer over tien jaar met sprongen vooruit zal gaan. Bovendien gelooft hij dat mobiliteit tegen die tijd vele malen schoner is. En dat het ons – mensen die van a naar b willen reizen – gemakkelijker dan ooit wordt gemaakt. Datatechnologie ligt aan de basis van deze rooskleurige toekomst.

Hoe kijk je aan tegen ons huidige mobiliteitsnetwerk?

‘Wij hebben in Nederland een fantastische infrastructuur. Met de informatievoorziening rondom ons mobiliteitsnetwerk lopen we voorop. Ik ben positief, maar tegelijkertijd is er ook veel zorg, want het wordt wel steeds drukker in het verkeer en openbaar vervoer. Vanmorgen zat ik in een stampvolle trein op weg naar mijn werk. Mensen staan als haringen in een tonnetje tot in de eerste klas. Steden staan stampvol fietsen. En dan elke dag die files. De oplossing ligt volgens mij niet bij de aanpak van een specifieke vorm van vervoer. Het gaat erom dat je als reiziger weet waar je aan toe bent en dat je alternatieven krijgt voorgeschoteld. Je moet kunnen kiezen uit meerdere opties en ontzorgd worden. Je reis van a naar b wordt geregeld en je betaalt in een keer via een kaart of een app. Mobility as a Service is de toekomst.’

Welke rol heeft NDW in ons mobiliteitsnetwerk, nu en in de toekomst?

‘Twaalf jaar geleden was ik een van de mede-oprichters van NDW, een vrijwillig initiatief van overheidspartijen die in samenwerking met elkaar een databank van wegverkeersgegevens wilden oprichten. Het belangrijkste doel was verkeersmanagement uitvoeren. Inmiddels is onze databank zo groot dat je kunt spreken over ‘big data’. Data is vandaag de dag belangrijker dan ooit voor het verkeer en veel gemakkelijker beschikbaar. Zowel realtime als historische gegevens. Als we vroeger wilden weten hoeveel fietsers er op een bepaalde plek reden, huurden we studenten in die ter plekke gingen klokken en dan wisten we het ongeveer. Nu verzamelen we gegevens via de gps-data die vrijwel iedereen bij zich draagt. Auto’s zijn rijdende computers geworden. Ze beschikken over ongelooflijk veel data, die ook nog eens realtime beschikbaar is. NDW is nu al een schakel als het gaat om het ophalen van veiligheidsgerelateerde data uit auto’s, om daarmee de verkeersveiligheid te vergroten.’

Die gegevens geven de autofabrikanten vast niet zomaar cadeau?

‘Nee, maar er zijn inmiddels samen met het ministerie goede afspraken gemaakt over het delen van gegevens. Wij zijn niet geïnteresseerd in de gegevens over de auto zelf of wie er in rijdt. Wij willen graag weten waar en wanneer er een auto stilstaat langs de weg, om vervolgens via navigatiesystemen een veiligheidssignaal af te geven voor het andere verkeer. Via een Europese verordening zijn autofabrikanten verplicht deze gegevens aan ons ter beschikking te stellen, omdat ze daarmee een maatschappelijk belang dienen. Wij verrijken deze data en zetten ze door naar de verkeerscentrales van Rijkswaterstaat.’

Wat betekent datatechnologie nog meer voor onze infrastructuur?

‘Als je door fantaseert kun je allerlei toepassingen bedenken die door datatechnologie mogelijk worden gemaakt. Auto’s hebben aan alle kanten camera’s die van alles kunnen registreren. Van omgevallen verkeersborden, tot in de toekomst misschien wel kapot of versleten wegdek. Daarnaast gaan wij historische data verder analyseren en omzetten in algoritmes. Overheden kunnen die bijvoorbeeld gebruiken bij het maken van beleid. Ook voor marktpartijen is deze doorontwikkeling een verrijking voor het aanbieden van nieuwe diensten of producten.’


‘Het verzamelen van data over andere vormen van vervoer gaat de komende jaren een grotere rol spelen. Over fietsverkeer hebben we nu nog relatief weinig data verzameld. In de toekomst gaan mensen steeds vaker combinatieritten maken, dus is het interessant en noodzakelijk om daar meer over te weten. Mobility as a service (MAAS) moet die reis zo makkelijk mogelijk maken. Daarom is het goed dat de huidige dataknooppunten met elkaar gaan samenwerken, waarbij we zorgen dat er tenminste één virtueel systeem ontstaat waar de reiziger zijn complete reis kan regelen.’

Wat moet er volgens jou gebeuren om de mobiliteitstransitie tot een succes te maken?

‘Overheden moeten het inwinnen van data nog beter organiseren door beter samen te werken. Om een optimaal mobiliteitsnetwerk te creëren heb je in de eerste plaats alle data nodig die in Nederland beschikbaar is. Een deel van die data moet van decentrale overheden komen. Het is het meest efficiënt als je dat gezamenlijk organiseert, in plaats van dat elke gemeente of provincie het op zijn eigen manier doet. Dat vergt nogal wat op het gebied van samenwerking. Gelukkig worden er stappen gemaakt. Zo hebben we met de zogenoemde ‘Data Top 15’ een concrete lijst van zaken die we in heel Nederland willen realiseren. NDW kan dat ondersteunen en helpen bij het uniformeren van die datastromen en een spil zijn in het proces om tot die goede samenwerking te komen.’

Waar liggen de kansen voor marktpartijen?

‘Ook voor hen geldt dat zij elkaar moeten versterken. Je hebt een consortium van verschillende disciplines nodig om je dienstverlening op een hoger niveau te krijgen. Door samen te werken kun je meer toegevoegde waarde bieden. Ik denk niet dat het slim is als je je bestaansrecht ontleent aan opdrachten die voortkomen uit het niet op orde hebben van data bij afzonderlijke overheden. Die opdrachten zie ik in de toekomst verdwijnen, omdat overheden steeds efficiënter gaan werken. Als bedrijf is het de kunst om te blijven zoeken naar vernieuwing. Je kunt beter nadenken over welke dienst of product je kunt aanbieden en de beschikbare data als gegeven gebruiken. Zo zorg je ervoor dat je hoger in de waardeketen komt. Het inrichten van de iVRI is een mooi voorbeeld. Dat is een klus die we samen moeten klaren en die geen enkele partij in zijn eentje op zich kan nemen.’

Hoe ziet ons mobiliteitsnetwerk er over een paar jaar uit, denk je?

‘Op de korte termijn zal het aantal elektrische voertuigen toenemen, terwijl oudere benzine-auto’s voorlopig nog blijven rondrijden. Er staan nog steeds verkeersborden langs de weg, maar de nieuwste auto’s hebben die niet meer nodig. Zij hebben digitale bewegwijzering in de auto zelf. Technologie in de auto gaat ons helpen om de verkeersveiligheid te vergroten. De mogelijkheden voor rijtaakondersteuning, zoals Adaptive Cruise Control (ACC) blijven zich ontwikkelen. De auto is een rijdende computer die meedenkt, de juiste afstand houdt en ingrijpt als er iets misgaat. Als hij dan ook nog op duurzame stroom of waterstof rijdt, heb je ook het milieuprobleem getackeld.’

Wat is jouw ideaalbeeld op de lange termijn?

‘Op de lange termijn denk ik dat we auto’s niet meer bezitten, maar gebruiken op het moment dat we er eentje nodig hebben. Mobiliteit wordt toegankelijker; iedereen kan er gebruik van maken en het kost bijna niks. Reizigers zijn perfect geïnformeerd over hun reisopties en je reis wordt geregeld via een servicegericht systeem. Het enige wat jij hoeft te doen is het advies te volgen en eenmalig af te rekenen. Ook de intelligente verkeerslichten waar nu volop aan wordt gewerkt zul je in de toekomst overal tegenkomen. Idealiter bannen we verkeersonveilige situaties uit en rijden er geen vieze auto’s meer. Technologie gaat ons daarbij helpen.’

Over Chris de Vries en NDW

Sinds april 2019 is Chris de Vries (58) directeur van de Nationale Databank Wegverkeersgegevens (NDW) waar hij in 2007 mede-oprichter van was. Vijftien overheden spraken af om gezamenlijk verkeersinformatie en verkeersmanagement te organiseren. In de jaren daarna sloten steeds meer partijen zich aan. NDW verzamelt, verrijkt en distribueert realtime data naar o.a. overheden, wegbeheerders en service-providers. Daarnaast worden de gegevens opgeslagen en dat is weer interessant voor partijen die onderzoek of analyses willen doen over bijvoorbeeld de doorstroming van het verkeer. De Vries: ‘De behoefte aan data en datatechnologie in ons mobiliteitsnetwerk wordt steeds belangrijker. Wij zitten daar middenin.’

3 lessen van Chris de Vries over de toekomst van mobiliteit:

  • Ons mobiliteitssysteem is volop in ontwikkeling, maar het eindstation hebben we niet vandaag of morgen bereikt. Voorlopig zitten we in een transitieperiode.
  • Technologie maakt het mogelijk om steeds schonere voertuigen te ontwikkelen, de verkeersveiligheid te vergroten en te zorgen voor een ‘soepele’ reis.
  • Een goede samenwerking tussen overheden en marktpartijen is een belangrijke succesfactor om ons mobiliteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.

VOLGENDE PAGINA

Deel dit artikel